voorjaarsbloemen in de lente

Wat voor invloed heeft het seizoen op COVID-19-infecties?

Heb je je ooit wel eens afgevraagd waarom het aantal COVID-19-infecties af lijkt te nemen in de lente? Onderzoekers van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), de Open Universiteit en het Jeroen Bosch Ziekenhuis hebben samen ontdekt dat het seizoensgebonden gedrag van mensen het hele jaar door een belangrijke rol speelt bij de overdracht van het virus.

Onderzoek

In een gezamenlijke studie van het LUMC, de Open Universiteit en het Jeroen Bosch Ziekenhuis hebben onderzoekers onlangs aangetoond dat de seizoensgebondenheid van COVID-19 kan worden verklaard door zowel omgevings- als mobiliteitsfactoren.

“Zo zagen we dat meer zonuren, minder binnenrecreatie en meer allergenen samenhangen met de verminderde overdracht van het virus dat COVID-19 veroorzaakt”, zegt Louis Kroes, hoogleraar Klinische virologie en hoofd van de afdeling Medische Microbiologie van het LUMC.

Hun bevindingen zijn gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Environmental Research.

Talloze factoren die besmetting beïnvloeden

In het onderzoek werd gekeken naar het effect van het Nederlandse zomerseizoen op COVID-19-infecties tussen februari en september van 2020.

“Er werd rekening gehouden met tal van factoren die van invloed kunnen zijn op de infectiecijfers. Het ging onder meer om zonnestraling, temperatuur, luchtvochtigheid, seizoensgebonden allergenen (zoals pollen) en menselijk gedrag”, merkt Kroes op.

Gegevens over menselijke activiteiten waren afkomstig van Google Mobility en werden gerelateerd aan de infectiecijfers van het RIVM.

“Op deze manier konden we een zeer uitgebreide set van milieu- én mobiliteitsparameters opnemen in één model dat aanzienlijk nauwkeuriger is dan modellen die alleen op milieu-indicatoren zijn gebaseerd”.

Virusinfecties in het voorjaar voorspellen

Met het uitgebreide model wilden de onderzoekers vooral de verspreiding van virussen in het voorjaar beter voorspellen.

“In Nederland valt deze tijd van het jaar altijd samen met een terugval van griepachtige luchtwegaandoeningen. Het is opmerkelijk dat ook het aantal besmettingen met COVID-19 als sneeuw voor de zon lijkt te verdwijnen in gematigde klimaten. Maar waarom is dat?”

Seizoensgebonden gedrag

“Het blijkt dat seizoenen meer een prikkel zijn voor bepaald menselijk gedrag dan de absolute temperaturen”, legt Kroes uit.

Zo ontdekten de onderzoekers dat in gebieden waar grote seizoensschommelingen voorkomen, zoals in Nederland, de overdracht van het virus niet alleen wordt bepaald door zonlicht en temperatuur, maar onafhankelijk ook door het gedrag van de bevolking.

Zo zijn mensen geneigd om vrij plotseling meer tijd buiten door te brengen, wanneer het in het voorjaar mooi weer wordt. Zulke explosies van buitenactiviteit staan eigenlijk niet in verhouding tot de bescheiden temperatuurveranderingen.

“Maar dergelijke aspecten van mobiliteit worden vaak over het hoofd gezien, waardoor seizoensfactoren minder nauwkeurig een effect op virusinfecties voorspellen dan ze eigenlijk zouden kunnen!”

Kroes ziet de komende maanden in ieder geval zonnig tegemoet:

“Dankzij een succesvolle vaccinatiecampagne, een hogere immuniteit onder onze bevolking en minder klinische ziekte door de laatste virusvarianten, kunnen we uitkijken naar een gunstig voorjaar gevolgd door een aangename zomer.”

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *